Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4 › Afdeling 1 › Paragraaf 4

Artikel 4.2.6.1

Zorgplicht en aansprakelijkheidsstelling

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening (Apv) (versie 10a)

1.. Indien de feitelijke dader onbekend gebleven is, wordt de persoon tot wie de aangetroffen afvalstoffen kunnen worden herleid, geacht te hebben gehandeld in strijd met de betreffende bepaling in deze verordening. 2.. Het bepaalde in het voorgaande lid geldt niet indien deze persoon aantoont, dat door hem voldoende zorg voor het milieu in acht is genomen. 3.. De zorg, bedoeld in het tweede lid, houdt in ieder geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor het milieu kunnen worden veroorzaakt, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voor zover zulks in redelijkheid kan worden gevergd, dan wel alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. 4.. Het bepaalde in de eerste drie leden laat onverlet de uit het burgerlijk recht voortvloeiende aansprakelijkheid en de mogelijkheid van rechtspersonen als bedoeld in artikel 1, boek 2, van het Burgerlijk Wetboek, om uit dien hoofde op te treden. Afdeling 3 Bodem- en milieuverontreiniging Artikel 4.3.1 Straatvegen Het is verboden op een door het college ten behoeve van de werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel