Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 6

Artikel 6.1

Strafbepaling

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening (Apv) (versie 10a)

1.. Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de op grond van artikel 1.4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt, voor zover niet reeds bij of krachtens de wet strafbaar gesteld, gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. 2.. Degene aan wie een voorschrift als bedoeld in artikel 4.5.5 is gegeven, of een verplichting bedoeld in artikel 4.5.8, is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is gehouden dienovereenkomstig te handelen. 3.. Overtreding van artikel 5.6.4, tweede en derde lid, artikel 5.6.5 en artikel 5.6.6, eerste tot en met vierde lid, wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie. 4.. De opsporing van de in het derde en vierde lid strafbaar gestelde feiten is, naast de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering genoemde opsporingsambtenaren, opgedragen aan hen die door het college met zorg voor de naleving van deze verordening zijn belast, ieder voor zover het de feiten betreft die in de aanwijzing zijn vermeld. 5.. Een gedraging in strijd met één van de artikelen genoemd in hoofdstuk 4, afdeling 2, van deze verordening is een strafbaar feit in de zin van artikel 1a, onder 3e, van de Wet op de economische delicten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel