Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Afdeling 9

Artikel 2.9.2

Aangewezen gebieden

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening (Apv) (versie 11A)

1.. Cameratoezicht wordt alleen toegestaan in aangewezen gebieden, te weten: het uitgaansgebied Hoofdstraat-Noord en Beekpark, een en ander als aangegeven op de bij deze verordening gevoegde overzichtskaart; de interwijktunnel onder het centraal station Apeldoorn en het zuidplein aan de Laan van de Mensenrechten, zoals aangegeven op de bij deze verordening gevoegde overzichtskaart. 2.. In het gebied, als bedoeld in het eerste lid, onder a, mag er cameratoezicht zijn: op zondag- tot en met woensdagavond van 23.00 tot 04.00 uur; op donderdag- tot en met zaterdagavond van 22.00 tot 05.00 uur; tijdens grote evenementen () van 22.00 tot 07.00 uur. 3.. In het gebied, als bedoeld in het eerste lid, onder b, mag er cameratoezicht zijn: a.. dagelijks, de gehele dag; b.. mits uitkijken van de camerabeelden wordt ondersteund met behulp van agressiedetectie. Artikel 2.9.3 Algemene bepalingen Worden camera’s, in gebruik bij cameratoezicht, ‘live’ uitgekeken, dan geschiedt dit door politiefunctionarissen. Cameratoezicht geldt voor een maximale duur van 4 jaar, aan het eind waarvan een evaluatie plaatsvindt. Iedere twee jaar vindt een tussenevaluatie plaats, op basis waarvan de raad eventueel kan bijsturen. In zowel de evaluatie als de tussenevaluaties, als bedoeld in het tweede lid, wordt in ieder geval een paragraaf opgenomen met betrekking tot privacy en schijnveiligheid. Binnen de aangewezen gebieden, als bedoeld in artikel 2.9.2, eerste lid, kan de burgemeester binnen de in dit kader gestelde randvoorwaarden het aantal camera’s, het soort camera’s en de precieze plaatsing naar eigen inzicht bepalen. Voor de inzet van particuliere veiligheidszorg is vooraf toestemming nodig van de raad (). De raad zal eventuele toestemming laten afhangen van een beargumenteerd nut en noodzaak van particuliere veiligheidszorg. Artikel 2.9.4 Nieuwe situaties In het geval de burgemeester in gebieden die niet zijn aangewezen de noodzaak tot invoering van cameratoezicht ziet, kan hij hierover per geval instemming vragen aan de raad, door een voorstel tot wijziging van artikel 2.9.2 voor te leggen. Alleen die gebieden komen voor cameratoezicht in aanmerking waar uit een veiligheidsanalyse de noodzaak tot cameratoezicht is gebleken, dan wel gebieden waar uit evaluatie van reeds toegepast cameratoezicht de noodzaak tot voortzetting van dit middel is gebleken (). Zowel voor de afbakening van de gebieden, als voor de tijden waarop in die betreffende gebieden cameratoezicht wordt toegepast geldt dat uit analyse de noodzaak moet zijn aangetoond.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel