**1..** De vergunning wordt ingetrokken indien:
**a..** blijkt dat de vergunning ten gevolge van onjuiste of onvolledige gegevens en bescheiden is verleend;
**b..** de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de vergunning is afgegeven zodanig zijn gewijzigd, dat een situatie is ontstaan als bedoeld in artikel 2.3.4.6, eerste lid, onder d;
**c..** gehandeld wordt in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen;
**d..** zich in de speelautomatenhal feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen dat het geopend blijven van de speelautomatenhal ernstig gevaar oplevert voor de openbare orde.
**2..** De vergunning kan worden ingetrokken indien gedurende een aaneengesloten periode van tenminste 26 weken van de vergunning geen gebruik wordt gemaakt of de exploitatie van de speelautomatenhal wordt onderbroken.
Hoofdstuk › Afdeling 2a › Paragraaf 3
Artikel 2.3.4.7
Intrekkingsgronden
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening (Apv) (versie 14)