Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Afdeling 2a › Paragraaf 3

Artikel 2.3.4.7

Intrekkingsgronden

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening (Apv) (versie 14)

1.. De vergunning wordt ingetrokken indien: a.. blijkt dat de vergunning ten gevolge van onjuiste of onvolledige gegevens en bescheiden is verleend; b.. de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de vergunning is afgegeven zodanig zijn gewijzigd, dat een situatie is ontstaan als bedoeld in artikel 2.3.4.6, eerste lid, onder d; c.. gehandeld wordt in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen; d.. zich in de speelautomatenhal feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen dat het geopend blijven van de speelautomatenhal ernstig gevaar oplevert voor de openbare orde. 2.. De vergunning kan worden ingetrokken indien gedurende een aaneengesloten periode van tenminste 26 weken van de vergunning geen gebruik wordt gemaakt of de exploitatie van de speelautomatenhal wordt onderbroken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel