1.De burgemeester weigert een vergunning als bedoeld in artikel 2.3.5.2, eerste lid, indien:
de vestiging of exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een ter plaatse geldend bestemmingsplan, stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening;
de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 2.3.5.4 gestelde eisen.
**2..** De burgemeester kan een vergunning als bedoeld in artikel 2.3.5.2, eerste lid, weigeren indien naar zijn oordeel:
**a..** moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid en/of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de speelgelegenheid;
**b..** een eerdere vergunning voor de exploitatie van de speelgelegenheid is ingetrokken of de speelgelegenheid met toepassing van deze verordening dan wel van artikel 13b van de Opiumwet is gesloten;
**c..** de in te dienen bescheiden als bedoeld in artikel 2.3.5.3, tweede lid, onvoldoende garanties geven dat het in de Wet op de kansspelen bepaalde niet zal worden overtreden;
**d..** redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn.
Hoofdstuk › Afdeling 2a › Paragraaf 5
Artikel 2.3.5.5
Weigeringsgronden
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening (Apv) (versie 14)