**1..** Onverminderd het bepaalde in artikel 1.6. kan de burgemeester de vergunning intrekken, indien:
a. aannemelijk is, dat een leidinggevende van de inrichting betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten in of vanuit de inrichting, die een gevaar opleveren voor de openbare orde en/of een bedreiging vormen voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van de inrichting;
b. een leidinggevende van de inrichting toestaat dat in zijn inrichting strafbare feiten worden gepleegd;
c. zich in of vanuit de inrichting anderszins feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het geopend blijven van de inrichting gevaar oplevert voor de openbare orde en/of een bedreiging vormt voor het woon- en leefklimaat in de omgeving van de inrichting;
d. is gehandeld in strijd met het bij of krachtens het artikel 2.3.6.11 bepaalde;
e. een niet daarin vermelde persoon leidinggevende is geworden met betrekking tot de inrichting, waarop de vergunning betrekking heeft;
Hoofdstuk › Afdeling 2a › Paragraaf 6 Toezicht op grow-, smart- en headshops
Artikel 2.3.6.10
Intrekking van de vergunning
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening (Apv) (versie 14)