**1..** Aan de exploitant van een ten tijde van de inwerkingtreding van deze paragraaf bestaande inrichting wordt geacht een tijdelijke vergunning voor die inrichting te zijn afgegeven voor de duur van drie maanden.
**2..** Wordt door de exploitant van een inrichting als bedoeld in het eerste lid binnen de eerste vier weken van bovengenoemde termijn van drie maanden een ingevolge artikel 2.3.6.2, eerste lid, vereiste vergunning aangevraagd, dan wordt de tijdelijke vergunning geacht te zijn verlengd tot het tijdstip waarop door de burgemeester op de aanvraag is beslist.
Hoofdstuk › Afdeling 2a › Paragraaf 6 Toezicht op grow-, smart- en headshops
Artikel 2.3.6.13
Overgangsbepaling
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening (Apv) (versie 14)