1. De inzameling kan plaatsvinden door middel van inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen.
2. Het college kan bepalen door middel van welk al dan niet van gemeentewege verstrekt inzamelmiddel of met gebruikmaking van welke inzamelvoorziening de inzameling van een bepaalde categorie huishoudelijke afvalstoffen plaatsvindt
.
3. Het college kan regels stellen omtrent de inzamelmiddelen en -voorzieningen en omtrent de verstrekking of beschikbaarstelling ervan.
4. In afwijking van artikel 10.21 van de wet (inzameling bij elk perceel) kan op grond van artikel 10.26, eerste lid 1, sub a van de wet inzameling nabij elk perceel c.q. percelen plaatsvinden in het belang van een doelmatige inzameling van huishoudelijke afvalstoffen en mits de maximale afstand van de perceelsgrens tot de plaats van inzameling niet meer bedraagt dan 75 meter.
5. Het college kan nadere regels stellen omtrent het bepaalde in het vierde lid. Daarbij kan worden bepaald dat in uitzonderlijke situaties de afstand van 75 meter mag worden verruimd tot maximaal 125 meter.
HOOFDSTUK 4 › Afdeling 2 › Paragraaf 2
Artikel 4.2.2.3
Inzamelmiddelen en -voorzieningen
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening (Apv) (versie 14)