Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4 › Afdeling 5

Artikel 4.5.2

Kapverbod

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening (Apv) (versie 14)

1.. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde gezag houtopstand te vellen of te doen vellen anders dan bij wijze van dunning. 2.. Dit verbod is niet van toepassing op: a.. wegbeplantingen en éénrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, beide voor zover bestaande uit populieren of wilgen, tenzij deze zijn geknot; b.. vruchtbomen en windschermen om boomgaarden; c.. fijnsparren, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen; d.. kweekgoed; e.. een alleenstaande boom waarvan de stam op een hoogte van 1.30 meter boven het maaiveld een omtrek heeft van 65 centimeter of minder, tenzij zodanige boom is geplant ingevolge een herplantplicht als bedoeld in artikel 4.5.5, tweede lid, of artikel 4.5.8 van deze verordening; f.. een alleenstaande wilg, - populier, - ceder, - douglas, - berk en - fijnspar waarvan de stam op een hoogte van 1.30 meter boven het maaiveld een omtrek heeft van 95 centimeter of minder, tenzij zodanige boom is geplant ingevolge een herplantplicht als bedoeld in artikel 4.5.5, tweede lid, of artikel 4.5.8 van deze verordening; g.. houtopstand, die buiten de bebouwde kom, deel uitmaakt van een bij het Bosschap geregistreerde bosbouwonderneming. De houtopstand moet òf een zelfstandige eenheid vormen met een kleinere oppervlakte dan 10 are òf een rijbeplanting van maximaal 20 bomen gerekend over het totaal aantal rijen; h.. houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving of last van het bevoegd gezag; i.. het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud. 3.. Het college kan bepaalde gebieden aanwijzen, waar het in lid 1 genoemde verbod niet geldt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel