Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 6

Artikel 6.5

Overgangsbepalingen

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening (Apv) (versie 14)

1.. Artikel 3.3.2, eerste lid, onder b, blijft buiten toepassing tot de procedure rond de herziening van het betreffende bestemmingsplan is voltooid. 2.. Vergunningen en ontheffingen - hoe ook genaamd - verleend krachtens de Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Apeldoorn 2001 blijven - indien en voor zover het gebod of verbod waarop de vergunning of ontheffing betrekking heeft ook vervat is in deze verordening - van kracht tot de termijn waarvoor zij werden verleend, is verstreken of totdat zij worden ingetrokken. 3.. Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens de Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Apeldoorn 2001 blijven - indien en voor zover de bepalingen ingevolge welke deze voorschriften en beperkingen zijn opgelegd, ook zijn vervat in deze verordening - van kracht tot de termijn waarvoor zij zijn opgelegd, is verstreken of totdat zij worden ingetrokken. 4.. Vergunningen, ontheffingen, voorschriften en beperkingen bedoeld in de vorige twee leden worden geacht vergunningen, ontheffingen, voorschriften en beperkingen te zijn in de zin van deze verordening. 5.. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een vergunning of ontheffing - hoe ook genaamd - op grond van de Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Apeldoorn 2001 is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag is beslist, wordt daarop de overeenkomstige bepaling van de onderhavige verordening toegepast. 6.. Op basis van de Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Apeldoorn 2001 genomen nadere regels en aanwijzingsbesluiten blijven van kracht, indien en voor zover de rechtsgrond waarop de nadere regels en aanwijzingsbesluiten zijn gebaseerd ook vervat is in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken. 7.. Met de inwerkingtreding van deze verordening vervallen alle eerdere gemeentelijke regels en voorschriften voor het benoemen van delen van de openbare ruimte en het nummeren van de daaraan liggende objecten. 8.. Het bepaalde in het zevende lid geldt niet voor de nota ‘Toekennen van namen aan ruimtelijke elementen, waaronder straatnamen’. 9.. Namen en nummers, die op grond van de in het zevende lid genoemde regels en voorschriften aan delen van de openbare ruimte en objecten zijn toegekend, blijven na het in werking treden van deze verordening bestaan. 10.. Het college kan in afwijking van het vorige lid besluiten dat de op grond van de in het negende lid genoemde regels en voorschriften aangebrachte namen en nummers binnen een door hem te bepalen termijn moeten worden vervangen door namen en nummers die voldoen aan de bij of krachtens deze verordening gestelde voorschriften. 11.. Bij het wijzigen van een naam of nummer, bedoeld in het tiende lid, zullen zowel de oude en de nieuwe naam als het oude en nieuwe nummer gedurende een maand mogen worden gebruikt op de wijze bepaald in de uitvoeringsvoorschriften, bedoeld in artikel 5.6.7. 12.. Aanvragen om een vergunning als bedoeld in artikel 2.1.5.1, derde lid, 2.1.5.2, 2.1.5.3 en 4.5.2 die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht worden afgehandeld volgens het recht zoals dat gold vóór het tijdstip waarop de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in werking is getreden. 13.. Vergunningen verleend krachtens Hoofdstuk 4, Afdeling 2 zoals dit gold voor de inwerkingtreding van de dertiende wijziging van deze verordening, blijven gedurende een jaar na de inwerkingtreding van deze wijziging van kracht en worden beschouwd als een aanwijzing als bedoeld in artikel 4.2.2.1, tweede lid van deze afdeling. 14.. Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens Hoofdstuk 4, Afdeling 2 zoals dit gold voor de inwerkingtreding van de dertiende wijziging van deze verordening, blijven, voor zover de bepalingen ingevolge welke deze voorschriften en beperkingen zijn opgelegd ook zijn vervat in deze verordening, gedurende een jaar na de inwerkingtreding van deze wijziging van kracht. 15.. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van de dertiende wijziging van deze verordening een aanvraag om een vergunning of ontheffing op grond van Hoofdstuk 4, Afdeling 2 zoals dit gold voor deze wijziging, is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wijziging nog niet op die aanvraag is beslist, wordt deze aanvraag om vergunning of ontheffing beschouwd als een aanvraag tot aanwijzing als bedoeld in artikel 4.2.2.1, tweede lid van deze verordening. 16.. Op een aanhangig bezwaar- of beroepschrift, betreffende een vergunning of ontheffing dan wel een voorschrift of beperking dat voor of na de inwerkingtreding van de dertiende wijziging van deze verordening is ingekomen, wordt beslist met toepassing van Hoofdstuk 4, Afdeling 2 zoals dit gold voor de inwerkingtreding van deze wijziging.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel