Het college kan, conform hetgeen in deze verordening is bepaald, een ontheffing verlenen aan de houder van een voertuig teneinde het voertuig toegang te verschaffen tot het autoluw-plus gebied voor de duur van maximaal één kalenderjaar.
Het college is bevoegd aan de in lid 1 bedoelde ontheffing nadere voorwaarden en/of beperkingen te verbinden.
Het college is bevoegd nadere regels te stellen met betrekking tot het verlenen van vrijstelling dan wel ontheffing voor gebruik van het voetgangersgebied “autoluw-plus”.
Een ontheffing geldt voor maximaal 1 kenteken of (bij het ontbreken van een kenteken) voor maximaal 1 voertuig.
Het bewijs van ontheffing moet op duidelijk zichtbare wijze rechtsonder achter de voorruit van het voertuig aangebracht, tenzij in de voorwaarden van de ontheffing anders is bepaald en dient onverwijld op eerste verzoek van een functionaris die met toezicht en handhaving is belast te worden getoond.
Ontheffing wordt niet verleend indien:
de aanvrager niet behoort toteen van de doelgroepen genoemd in het eerste lid van artikel 3, 5, 6, 7 of 8 of het derde lid van artikel 8 van deze verordening of
niet wordt voldaan aan de in deze verordening en/ of de door het college vastgestelde regels.
Ontheffing wordt niet verleend:
voor locaties en tijden van warenmarkten als genoemd in de marktverordening, behoudens voor de bevoorrading van de markt, voor zover dat overeenkomstig is met de marktverordening;
voor locaties en tijden waarop een evenement plaatsvindt waarvoor een vergunning is verleend, behoudens ten behoeve van het evenement zelf;
voor het gehele autoluw-plus gebied op de vrijdag van 18.00 uur tot 21.00 uur en de zaterdag van 11.00 uur tot 17.00 uur;
voor motorvoertuigen breder dan 2.30 meter.
Het college kan besluiten van het vorig lid af te wijken indien houder van het voertuig waarvoor de ontheffing is aangevraagd aannemelijk kan maken zeer aanmerkelijk en voor lange duur bij toepassing van lid 4 in zijn belang te worden geschaad.
Het college kan ten behoeve van haar afweging tot het verlenen van een ontheffing advies vragen aan een derde, voor zover deze inzicht heeft in of betrokken is bij het economisch functioneren van het gebied waartoe de ontheffing wordt verleend, dan wel inzicht heeft in de sociaal-medische omstandigheden van een belanghebbende.
Het college kan ten aanzien van het autoluw-plus gebied, in het belang van openbare orde of veiligheid of andere dringende omstandigheden tijdelijk maatregelen treffen die afwijken van de verleende ontheffing. Het college doet dit niet voordat advies is ingewonnen zoals bedoeld in het vorige lid.
Het college beslist binnen zes weken na aanvraag op de ontheffing, tenzij anders is bepaald. Deze periode kan maximaal met zes weken worden verlengd, behoudens indien sprake is van een onderzoek. In dat geval kan de periode met maximaal 18 weken worden verlengd.
De ontheffing, behoudens de ontheffing verleend krachtens artikel 8, van deze verordening, bevat in ieder geval:
de naam van de houder aan wie de ontheffing is verleend;
het adres van de houder aan wie de ontheffing is verleend;
het kenteken van het voertuig waarvoor de ontheffing is verleend;
de straten c.q. het gebied waarvoor de ontheffing is verleend;
de periode waarvoor de ontheffing is verleend.
Een door het college verleende ontheffing, wordt niet eerder verleend dan nadat de leges, zoals vastgesteld in de tarieventabel behorende bij de legesverordening gemeente Delft zijn voldaan, tenzij is bepaald dat voor de ontheffing geen leges worden geheven.
Ingeval de ontheffing vergezeld gaat van een sleutel of ander voorwerp waarmee de houder van de ontheffing zich toegang tot het autoluw-plus gebied kan verschaffen, dan kan hiervoor een statiegeld in rekening worden gebracht.
Dit statiegeld mag niet meer bedragen dan vijf keer de vervangingswaarde van het ter beschikking gestelde voorwerp.
Het college kan nadere regels stellen inzake het toepassen van statiegeld en het in rekening brengen van de kosten voor vervanging van het in dit lid bedoelde voorwerp.
Een door het college ter vervanging verleend voorwerp voor ontheffing, wordt niet eerder verleend dan nadat de leges, zoals vastgesteld in de tarieventabel behorende bij de legesverordening gemeente Delft zijn voldaan, tenzij is bepaald dat voor het voorwerp geen leges worden berekend.
Het college trekt een ontheffing in:
op verzoek van de houder van het voertuig waarvoor de ontheffing is verleend;
indien de feiten of omstandigheden die hebben geleid tot het verlenen van de ontheffing zich hebben gewijzigd;
in geval van overlijden van de houder van het voertuig waarvoor de ontheffing is verleend, met dien verstande dat de ontheffing kan worden overgeschreven op naam van de nabestaande, mits deze voldoet aan de criteria waaronder de ontheffing is verleend;
indien het voertuig waarvoor de ontheffing is verleend wijzigt van eigenaar of houder;
wanneer het betreffende gebied niet meer wordt aangemerkt als autoluw-plus;
indien een andere reden of grond bestaat waardoor houder van het voertuig of het voertuig niet meer voldoen aan criteria op basis waarvan de ontheffing is verleend.
Het college kan een ontheffing opschorten of intrekken:
indien een handeling wordt verricht in strijd met de voorwaarden verbonden aan de ontheffing; dan wel de door het college nader vastgestelde regels;
indien, met het voertuig waarvoor de ontheffing is verleend, de voor het gebied geldende verkeersregels en verkeerstekens worden overtreden;
indien de houder van het voertuig bij zijn aanvraag onjuiste gegevens heeft verstrekt;
om redenen van openbaar belang.
Artikel 2.
Algemene bepalingen inzake de ontheffingverlening
Onderdeel van Verordening ontheffingsverlening autoluwplusgebied