Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Vrijstellingsregeling

Onderdeel van Verordening ontheffingsverlening autoluwplusgebied

1. Het college is bevoegd in het belang van openbare orde of veiligheid of andere dringende of bijzondere omstandigheden, voertuigen aan te wijzen waarvoor het autoluw-plus gebied al dan niet onder nadere voorwaarden, vrijelijk toegankelijk is. 2. Het autoluw-plus gebied is vrijelijk toegankelijk voor motorvoertuigen van de hulpdiensten: politie, brandweer en ambulance, mits deze voertuigen als zodanig duidelijk herkenbaar zijn en worden gebruikt ten behoeve van de rechtmatige uitoefening van de functie van de bij deze hulpdienst werkzame bestuurder of andere inzittende en bij deze functie-uitoefening gebruik van het voertuig noodzakelijk is. 3. Het autoluw-plus gebied is onder de navolgende voorwaarden vrijelijk toegankelijk voor motorvoertuigen ten behoeve van reiniging, mits deze voertuigen als zodanig duidelijk herkenbaar zijn: op tijdstippen zoals vastgelegd in de erkende ophaalregeling; op de route zoals vastgelegd in de erkende ophaalregeling; op tijdstippen en locaties aangewezen door het college van burgemeester en wethouders; 4. Het college is bevoegd de vrijstelling op te schorten of in te trekken, indien een bestuurder van een voertuig uit de categorie waarvoor de vrijstelling is verleend, zich met dit voertuig door het gebied verplaatst op een ander tijdstip, en/of volgens een andere route, en/of zonder dat sprake is van het doel of oogmerk dan waartoe de vrijstelling is verleend. De directie van de instantie die gebruiker is van de voertuigen waarvoor de vrijstelling is verleend, wordt hiervan terstond schriftelijk in kennis gesteld.

Rechtspraak bij dit artikel