**1..** Een woonvoorziening wordt slechts verleend als de persoon met beperkingen zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben in de woonruimte waaraan de voorziening wordt getroffen.
**2..** Een persoon met beperkingen kan in aanmerking worden gebracht voor:
**a..** de in artikel 12 onder a vermelde voorziening, als de beperkingen een woonvoorziening noodzakelijk maken en de algemene woonvoorziening dit snel en adequaat kan oplossen.
**b..** de in artikel 12 onder b, c en d vermelde voorziening, als de beperkingen een woonvoorziening noodzakelijk maken en de onder artikel 12 lid 1 sub a genoemde oplossing niet aanwezig is of niet tot een snelle en adequate oplossing leidt (primaat algemene voorziening).
**3..** Een persoon met beperkingen kan in aanmerking worden gebracht voor de in artikel 13 lid 1 onder a, b, c, en artikel 13 lid 2 onder a en c vermelde voorzieningen, als de beperkingen een woonvoorziening noodzakelijk maken.
**4..** Een persoon met beperkingen kan in aanmerking worden gebracht voor de in artikel 13 lid 1 onder a, b en c vermelde voorzieningen wanneer verhuizen niet mogelijk is of niet de goedkoopst compenserende voorziening is.
**5..** De in artikel 13, lid 2 onder b vermelde voorziening wordt verleend onder de volgende voorwaarden:
**a..** het leegkomen van de woning is vooraf bij de gemeente gemeld en deze heeft vastgesteld dat de betreffende woning, die voor meer dan het bedrag dat in het Besluit wordt vermeld is aangepast, voor herverstrekking in aanmerking komt aan een persoon met beperkingen;
**b..** het college kan voor de duur van maximaal 6 maanden, ingaande vanaf de tweede maand van leegstand, een voorziening verlenen aan de eigenaar van de woning in verband met derving van huurinkomsten, ingeval van huurbeëindiging van een woning.
**c..** de periode van zes maanden kan éénmalig met een periode van maximaal drie maanden verlengd worden indien bekend is dat binnen deze drie maanden een persoon met beperkingen de woning zal betrekken.
De onder artikel 13, lid 2 onder c vermelde financiële tegemoetkoming wordt voor de duur van maximaal zes maanden toegekend binnen de in het Besluit genoemde grenzenals een persoon met beperkingen dubbele woonlasten heeft en voor de aanpassing van zijn huidige of een nog te betrekken woning de kosten voor deze tijdelijke huisvesting noodzakelijk zijn.
De onder artikel 13, lid 1 onder c vermelde voorziening kan worden toegekend indien er sprake is van een aanwezige gedragsstoornis met ernstig ontremd gedrag tot gevolg, waarbij alleen het zich kunnen afzonderen kan leiden tot een situatie waarin deze persoon tot rust kan komen.
De onder artikel 13, lid 1 onder e vermelde voorziening kan slechts worden toegekend als de woning langer dan zes maanden leeg staat, tenzij:
**a..** bekend is dat binnen een periode van drie maanden na het verstrijken van deze periode een persoon met beperkingen voor de woning in aanmerking zal komen of
**b..** de aanpassingen zo specifiek zijn dat het door de aanwezigheid van de voorzieningen niet mogelijk is om de woning aan een persoon zonder beperkingen te verhuren.
Hoofdstuk 4
Artikel 14
Voorwaarden
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Zeist 2011