Het college trekt een vaste standplaatsvergunning in:
op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder;
bij overlijden van de vergunninghouder, tenzij op grond van artikel 10 de vergunning wordt overgeschreven.
Het college kan een vaste standplaatsvergunning intrekken:
indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt;
indien de vergunninghouder niet meer voldoet aan de in artikel 17 genoemde vereisten;
Indien de vergunninghouder niet tenminste eenmaal per maand zijn plaats op de markt inneemt, zulks met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 24 en 25.
Indien degene op wie een vergunning ingevolge artikel 10 is overgeschreven, reeds vergunning heeft voor een andere vaste standplaats op dezelfde markt, wordt laatstgenoemde vergunning ingetrokken.
Onverminderd het vermelde in lid 2, kan het college een vergunning, al dan niet voorwaardelijk, intrekken dan wel telkens voor ten hoogste vier achtereenvolgende marktdagen schorsen, indien de vergunninghouder of een persoon die hem bijstaat:
het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de voorschriften van de vergunning overtreedt;
zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog; of
niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet.
Paragraaf 2
Artikel 11
Intrekking vaste standplaatsvergunning
Onderdeel van Marktverordening Opsterland 2006