De verboden, vervat in artikel 2. eerste lid, onder a en b van de Wet, gelden niet op ten hoogste:
zes, door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen, feestdagen per kalenderjaar;
één, door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen, zondag per jaar.
De in het eerste lid bedoelde bevoegdheid geldt voor elk deel van de gemeente afzonderlijk.