Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.4

Meldingsplichten

Onderdeel van Verordening bodembescherming Nijmegen

1.. Degene die saneert dan wel degene die de sanering feitelijk uitvoert volgens een saneringsplan waarmee burgemeester en wethouders op basis van artikel 39, tweede lid, van de wet hebben ingestemd, meldt uiterlijk twee weken voor de feitelijke aanvang van de grondsanering respectievelijk de grondwatersanering schriftelijk bij burgemeester en wethouders de aanvangsdatum van de grondsanering respectievelijk de grondwatersanering. 2.. Indien de grondsanering respectievelijk de grondwatersanering niet zal worden gestart op de overeenkomstig het eerste lid gemelde aanvangsdatum, meldt één van de in het eerste lid genoemde personen dit onverwijld schriftelijk aan burgemeester en wethouders, onder opgave van de nieuwe aanvangsdatum. Indien de nieuwe aanvangsdatum nog niet bekend is, meldt één van de in het eerste lid genoemde personen de nieuwe aanvangsdatum minimaal twee weken voor deze datum aan burgemeester en wethouders. 3.. Indien bij de sanering ontgraving van verontreinigde grond plaatsvindt, stelt één van de in het eerste lid genoemde personen bij het bereiken van de einddiepte van de ontgraving burgemeester en wethouders uiterlijk 48 uur van te voren op de hoogte van het tijdstip waarop over het gehele gebied van de ontgraving de einddiepte bereikt zal worden en tot aanvulling van de ontgraving wordt overgegaan. Bij ontgraving en aanvulling in gedeeltes, geldt voornoemde verplichting tot melding per gedeelte. 4.. Eén van de in het eerste lid genoemde personen meldt de beëindiging van de grondsanering respectievelijk de grondwatersanering binnen een week na beëindiging van de grondsanering repectievelijk de grondwatersanering schriftelijk aan burgemeester en wethouders. 5.. Indien sprake is van een sanering, respectievelijk grondwatersanering waarbij door burgemeester en wethouders is ingestemd met een aanpak overeenkomstig artikel 38, derde lid van de wet, wordt de beëindiging van iedere afzonderlijke fase op de in lid 4 beschreven wijze gemeld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel