Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 20

Consignatievergoeding gladheidbestrijding

Onderdeel van Aanvullende regels CAR/UWO 2010

De ambtenaar die deelneemt aan de wachtdienst gladheidbestrijding heeft recht op een vergoeding voor deze werkzaamheden. De wachtdienst wordt gedurende de winterperiode van 1 november tot 1 april verricht door de door het college aangewezen ambtenaren (strooiers en strooileiders). Het college kan aan een ambtenaar op verzoek ontheffing verlenen van deze aanwijzing, wanneer hiervoor naar het oordeel van het college gegronde redenen aanwezig zijn. De ambtenaar wordt voor de aanvang van de winterperiode geïnformeerd over zijn wachtdienst door het ter kennis brengen van het door het college vastgestelde dienstrooster. De vergoeding wordt achteraf in de maand mei ineens uitgekeerd. De vergoeding wordt berekend aan de hand van het aantal malen dat de ambtenaar op 1 november is ingeroosterd op het dienstrooster vermenigvuldigd met het dagtarief. Indien een ambtenaar in de praktijk een afwijkend aantal dagen wachtdienst heeft gemaakt, dan kan het college de vergoeding naar verhouding verlagen of verhogen. Het dagtarief voor strooiers komt overeen met het op het moment van uitbetaling geldende bruto uurloon berekend naar het maximum van schaal 4. Het dagtarief voor strooileiders komt overeen met het op het moment van uitbetaling geldende bruto uurloon naar het maximum van schaal 7. Indien de ambtenaar naast de wachtdienst gladheidbestrijding ook geconsigneerd is voor de storingsdienst riolen en gemalen (weekendconsignatie) dan wordt het dagtarief voor de wachtdienst gladheidbestrijding gehalveerd. De verrekening vindt overeenkomstig lid 5 achteraf plaats. Over de bruto vergoeding wordt een vakantietoelage uitbetaald. Voor de daadwerkelijke werkzaamheden gladheidbestrijding (uitruk) wordt naast de in lid 1 bedoelde vergoeding voor de wachtdienst een vergoeding toegekend voor overwerk op basis van artikel 3:2:1, vierde en vijfde lid van de CAR/UWO.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel