De hoogte van de bezwarende omstandigheden toelage is afhankelijk van twee factoren:
de tijd gedurende welke onder bezwarende omstandigheden is gewerkt en
het aantal bezwarende omstandigheden dat aan het werk is verbonden.
Wanneer de tijd en het aantal bezwarende omstandigheden bekend zijn, kan uit het hierna vermelde schema de breuk worden afgeleid. Vervolgens is er een indeling gemaakt in vier klassen ieder met een percentage van de maximale toelage per maand, zoals genoemd in artikel 30.
Periode van het jaar
1 b.o. 1/3
2 b.o. 2/3
3 of meer b.o 3/3
t/m 3 maanden 1/4
1/12
2/12
3/12
4 t/m 6 maanden 2/4
2/12
4/12
6/12
7 t/m 9 maanden 3/4
3/12
6/12
9/12
10 t/m 12 maanden 4/4
4/12
8/12
12/12
De breuken in bovenstaand schema zijn als volgt in klassen verdeeld: 1/12 t/m 3/12 is 25% van de vergoeding; 4/12 t/m 6/12 is 50% van de vergoeding; 7/12 t/m 9/12 is 75% van de vergoeding; 10/12 t/m 12/12 is 100% van de vergoeding.
Incidentele bezwarende omstandigheden komen niet voor een toelage in aanmerking.
Hoofdstuk 4
Artikel 29
Toelage voor werken onder bezwarende omstandigheden
Onderdeel van Aanvullende regels CAR/UWO 2010