De ambtenaar kan de Pong inzetten als bron, eventueel in combinatie met een andere individuele bron. De Pong is niet pensioengevend, tenzij in de toekomst zou worden vastgesteld dat een dergelijke toelage bij CAO wel pensioengevend is.
De Pong wordt na inhouding van belasting uitbetaald op 1 november van het volgende kalenderjaar tenzij gebruik wordt gemaakt van uitruil in de zin van artikel 38.
De peildatum is 1 januari van het kalenderjaar waarop de Pong wordt ingezet.
Als de ambtenaar in de loop van het jaar in dienst treedt, ontstaat aanspraak op de Pong naar rato van het aantal maanden dat ambtenaar in dienst is geweest. Ambtenaren die na 1 november in dienst treden, hebben voor dat jaar geen recht op Pong.
Ambtenaren die in de loop van het jaar na toekenning van de Pong uit dienst treden, moeten het teveel ontvangen bedrag terugbetalen. Dit wordt verrekend met de laatste salarisbetaling. Ambtenaren die na 1 november uit dienst treden hoeven het ontvangen bedrag niet terug te betalen.