Met de levensloopregeling kan de ambtenaar sparen voor een periode van (gedeeltelijk) onbetaald verlof.
Gelijktijdige deelname aan spaarloonregeling en levensloopregeling is uitgesloten.
In totaal mag maximaal 210% van het bruto jaarsalaris worden gespaard en, zolang de 210 grens nog niet is overschreden, maximaal 12% per jaar. De 12% grens is inclusief werkgeversbijdrage van 1,5%.
De 12% grens geldt niet voor ambtenaren die op 31 december 2005 de leeftijd van 51 jaar, maar nog niet van 56 jaar hebben bereikt. Voor deze groep geldt alleen de 210% grens.