Naar hoofdinhoud
1.. Elk raadslid heeft per jaar recht op 16 uur ambtelijke bijstand als bedoeld in artikel 1, derde lid. 2.. De secretaris houdt jaarlijks, vanaf het moment waarop een eerste beroep daarop gedaan wordt, een register bij van de verleende ambtelijke bijstand als bedoeld in artikel 1, derde lid, waarin per verzoek om bijstand aan de reguliere ambtelijke organisatie wordt opgenomen: welk raadslid om bijstand heeft verzocht; over welk onderwerp om bijstand is verzocht; welke ambtenaar de bijstand heeft verleend; hoeveel tijd het verlenen van de bijstand heeft gekost; de reden waarom een verzoek om bijstand is geweigerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel