Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK V

Artikel 4

Artikel 4

Onderdeel van De Verordening Plaatsing en Intrekking Wsw

Met directe plaatsing wordt bedoeld, dat geïndiceerden uit deze groepen direct een aanbod krijgen zodra zij een indicatie verkrijgen. Hiermee wordt voorkomen, dat zij überhaupt op de wachtlijst plaats moeten nemen. De reden hiervoor is, dat, wanneer zij reeds een plaats hebben, het “zonde” zou zijn om deze plaats verloren te laten gaan. Ten aanzien van Wajongers <23 wordt gesteld, dat een verblijf op de wachtlijst een te groot risico van verlies van de arbeidsbekwaamheden oplevert. Vaak hebben zij recentelijk een (beroeps)opleiding afgerond. Door een verblijf op de wachtlijst kan de opgedane kennis en vaardigheden verloren gaan. Daabij wordt gestreefd naar een sluitende aanpak met de afdeling Onderwijs. Er wordt 15% van het budget voor deze plaatsingen gereserveerd (voor de jaren 2008 en 2009). Wanneer dit budget is benut, wordt ten behoeve van geïndiceerden die reeds een plaats bij een reguliere werkgever hebben, toch vanuit hetzij de beschikbare Rijkssubsidie, hetzij beschikbaar w-deel, gestreefd om de plaatsing te realiseren. In dat geval wordt het budget benut, dat is bestemd voor de categorie waartoe de betreffende geïndiceerde behoort. Wajongers <23 jaar worden, wanneer de 15% reeds is benut, toegevoegd aan de categorie Wajonger>23 jaar. Dit impliceert, dat het realiseren van een reeds bestaande werkplek voorrang heeft boven het plaatsen van deze Wajongers. Deze voorrang is ingegeven door enerzijds de schaarste van middelen en anderzijds de overweging, dat er ook plaatsingen moeten worden gerealiseerd voor de overige categorieën. Echter, wanneer er sprake is van een dringende reden, kan alsnog voorrang worden verleend.

Rechtspraak bij dit artikel