Naar hoofdinhoud

Artikel 13

Citeertitel en inwerkingtreding

Onderdeel van Verordening Persoonsgebonden Budget Wsw

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening persoonsgebonden budget Wsw. Zij treedt in werking op 1 juli 2008. G.A.A. van Luijn M.J.D. Donders-de Leest Griffier Burgemeester TOELICHTING Algemene toelichting Met ingang van 1 januari 2008 is de Wsw gewijzigd. Hiermee is ook de mogelijkheid van het persoonsgebonden budget (PGB) ingevoerd, en wel in artikel 7 van de Wsw. Bij de inrichting van het PGB heeft de gemeente twee uitgangspunten gesteld: De uitvoering dient zo eenvoudig mogelijk te blijven. Ook in een BW-plaats via een PGB dient de “beweging van binnen naar buiten” te worden gevolgd. Anders gezegd, er dient continu te worden gestreefd naar een verbetering van de arbeidsbekwaamheden van de geïndiceerde. De gemeente dient bij verordening vast te stellen, op welke wijze en onder welke voorwaarden het PGB wordt verstrekt. Ingevolge artikel 7, tweede lid, onder a, van de Wsw zijn er twee groepen van geïndiceerden, aan wie de gemeente een PGB móet verstrekken: 1) geïndiceerden, die al werkzaam zijn en 2) geïndiceerden die vanwege hun plaats op de wachtlijst (en het plaatsingsbeleid) recht hebben op plaatsing. Dit geldt echter alleen, wanneer de door de geïndiceerde (of begeleidingsorganisatie) aangedragen werkplek en begeleiding adequaat zijn in die zin, dat voldaan wordt aan de gestelde voorwaarden en vereisten. De geïndiceerde heeft géén recht op een bepaald bedrag. De hoogte van het budget wordt door de gemeente vastgesteld. De wet geeft een maximum bedrag aan dat voor het PGB beschikbaar is. De gemeente mag een hoger bedrag beschikbaar stellen, doch het meerdere boven het wettelijke maximum komt dan voor eigen rekening van de gemeente. De gemeente heeft ervoor gekozen, om zich te limiteren tot het wettelijke maximum. Het initiatief bij een plaatsing via een PGB ligt geheel bij de geïndiceerde zelf, of zijn belangenbehartiger. Anders dan bij een “gewone” BW-plaats is het niet het sw-bedrijf, dat een werkgever zoekt. De geïndiceerde moet zelf een werkgever vinden. Hij heeft ook het recht om zelf een begeleidingsorganisatie aan te wijzen. Dit schept voor de geïndiceerde wel de mogelijkheid, om vanuit een eigen netwerk een werkplek te vinden. Bij toekenning van het PGB gaat de gemeente verschillende relaties aan. Met de geïndiceerde zelf, als aanvrager van het PGB. De geïndiceerde heeft echter geen bijzondere verplichtingen ten aanzien van het PGB. Hij blijft echter wel gehouden aan de verplichtingen zoals aangegeven in artikel 6 van de Wsw en het gemeentelijke beleid inzake plaatsingen en wachtlijstbeheer, een en ander op straffe van intrekking van de indicatie. Met de werkgever ontstaat een subsidierelatie. Daarom dient de werkgever de aanvraag mede te ondertekenen. Op deze subsidieverlening zijn de ter zake doende bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. Dit leidt tot verplichtingen aan de werkgever, ten aanzien van de vaststelling van de subsidie, naast zijn verplichtingen ten aanzien van zijn werkgeverschap. Met de begeleidingsorganisatie ontstaat een contractrelatie. Daarom dient de begeleidingsorganisatie vooraf aan te geven, welke prestatie zij zullen leveren. Op basis daarvan wordt het bedrag van de te vergoeden kosten bepaald. Artikelsgewijze toelichting

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel