**1..** De schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen wordt aangegeven, of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt verlangd.
**2..** De vragen worden bij de voorzitter van de raad ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college worden gebracht.
**3..** Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen tien dagen, nadat de vragen zijn binnengekomen. Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende raadsvergadering. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, krijgt de vragensteller daarvan gemotiveerd bericht, waarbij aangegeven wordt de termijn, waarbinnen beantwoording plaats zal vinden.Dit bericht wordt behandeld als een antwoord.
**4..** De antwoorden worden door het verantwoordelijke lid van het college aan de leden van de raad medegedeeld.
**5..** De vragen en antwoorden worden bovendien gelijktijdig met de stukken als bedoeld in artikel 32 aan de leden van de raad toegezonden.
**6..** De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering, na de behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door de burgemeester of door burgemeester en wethouders gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist.
HOOFDSTUK 4:
Artikel 54
Schriftelijke vragen
Onderdeel van Reglement van Orde voor de Politieke Markt 2006