**1.** Aan het raadslid worden de ten behoeve van de gemeente gemaakte kosten in verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur vergoed.
**2.** De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft:a. bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een (trein)taxi: een volledige vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten;b. bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodza-kelijke reiskosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel b, van de Regeling rechts-positie wethouders.
**3.** Indien het raadslid in het gemeentelijk belang een reis buiten Nederland maakt worden de in redelijk-heid gemaakte noodzakelijke reis- en verblijfkosten vergoed. Er is vooraf toestemming van het college vereist.
Hoofdstuk 2
Artikel 5
Reiskosten
Onderdeel van Verordening rechtspositiewethouders, raads- en commissieleden