Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 6

De voorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget

Onderdeel van Verordering Wet inburgering 2010

1.. Het college behandelt het schriftelijke ingediende verzoek van de inburgeringsplichtige om in aanmerking te komen voor een voorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget op de volgende wijze: de inburgeringsplichtige ontvangt informatie over de inburgeringsbedrijven in de regio die een aanbod kunnen doen en bespreekt de voor- en nadelen van zijn keuze met de klantmanager; de termijn om een inburgeringsbedrijf te zoeken en een keuze te maken is niet langer dan 3 maanden. 2.. Het college keurt het voorstel van de inburgeringsplichtige voor het volgen van een (duaal) inburgeringsprogramma of taalkennisvoorziening goed, indien dit programma: naar het oordeel van het college passend is om hem voor te bereiden op en toe te leiden naar het inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II; of naar het oordeel van het college passend is om hem de kennis van de Nederlandse taal te laten verwerven die noodzakelijk is voor het kunnen afronden van een mbo-opleiding op niveau 1 of 2; en wordt verzorgd door een inburgeringsbedrijf dat voldoet aan de volgende vereisten: beschikken over een keurmerk van de brancheorganisatie; beschikken over aantoonbare ervaring en deskundigheid op het gebied van inburgeringsprogramma’s of taalkennisvoorzieningen. 3.. Als het college de voorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget heeft vastgesteld, sluiten het dagelijks bestuur en/of de inburgeringsplichtige een overeenkomst met het inburgeringsbedrijf.

Rechtspraak bij dit artikel