Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Voorzitter

Onderdeel van Verordening raadscommissies 2010

1. De raad benoemt uit zijn midden de voorzitter en de plaatsvervangende voorzitter van elke commissie. 2. De voorzitter leidt de vergadering, handhaaft de orde en ziet toe op de naleving van de verordening. 3. De voorzitter verleent het woord, formuleert de conclusies, geeft in voorkomende gevallen aan waarover wordt gestemd en deelt de uitslag van de stemming mede. 4. Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter en diens plaatsvervanger treedt het daartoe door de commissie uit haar midden aan te wijzen lid als zodanig op. 5. De voorzitter is als zodanig geen lid van de commissie en heeft alleen stemrecht, als de stemmen van de leden staken.

Rechtspraak bij dit artikel