De raad plaatst een burgerinitiatiefvoorstel op de agenda van zijn vergadering indien daartoe door een initiatiefgerechtigde een geldig verzoek is ingediend.
De geldigheid van een verzoek wordt door de griffier getoetst aan de hand van het bepaalde in het volgende lid en de artikelen 3 tot en met 5 van deze verordening.
Ongeldig is het verzoek dat:
niet door ten minste 25 initiatiefgerechtigden wordt ondersteund;
een onderwerp als bedoeld in artikel 4 bevat;
niet voldoet aan de voorwaarden, gesteld in artikel 5.