Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2

Artikel 7

- Uitoefening bevoegdheden

Onderdeel van Verordening inzake de behandeling van bezwaarschriften 2002

De bevoegdheden ingevolge de artikelen 2:1, tweede lid (verzoek om machtiging); 6:6, voor wat betreft het de indiener stellen van een termijn waarbinnen het verzuim in de zin van niet voldoen aan de vereisten als gesteld in artikel 6:5 van de wet, kan worden hersteld; 6:17, voor zover het betreft de verzending van stukken tijdens de behandeling door de commissie; van de wet worden voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de secretaris van de commissie. De bevoegdheden ingevolge de artikelen 7:4, tweede lid en 7:18, tweede en zesde lid (ter inzage leggen stukken en niet ter inzage leggen van stukken wegens gewichtige redenen); 7:6, vierde lid en 7:20, vierde lid (uitzondering op de regel dat, wanneer belanghebbenden afzonderlijk zijn gehoord, ieder van hen op de hoogte wordt gesteld van het verhandelde ter zitting); van de wet worden voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de voorzitter van de commissie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel