De commissie voert tenminste drie en maximaal zes gesprekken per ambtsperiode.
Het verslag van het laatste gesprek in een ambtsperiode weegt mee bij het oordeel over een eventuele herbenoeming van de burgemeester.
De artikelen 3 lid 2 en 9 lid 4 zijn uitsluitend van toepassing in geval van herbenoeming.