Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand de Wet investeren in jongeren en de Algemene wet bestuursrecht.
In deze verordening wordt verstaan onder:
Wwb: Wet werk en bijstand;
WIJ: Wet investeren in jongeren;
bijstand: de bijstand zoals genoemd onder artikel 5 onder b van de Wwb;
inkomensvoorziening: de inkomensvoorziening zoals genoemd in artikel 5 WIJ;
alleenstaande: de persoon genoemd in artikel 4 onder a van de Wwb en artikel 4 onder a van de WIJ;
alleenstaande ouder: de persoon genoemd in artikel 4 onder b van de Wwb en artikel 4 onder b van de WIJ;
gezin: de personen genoemd in artikel 4 onder c van de Wwb en artikel 4 onder c van de WIJ;
recidive: het binnen een periode van 5 jaar wederom verwijtbaar niet nakomen van de inlichtingenplicht;
benadelingsbedrag: het netto-bedrag aan bijstand of inkomensvoorziening dat ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend;
inlichtingenplicht: de verplichtingen genoemd in artikel 17 lid 1, 2 en 4 van de Wwb, de artikelen 44 lid 1, 2 en 4 van de WIJ en de artikelen 28 lid 2 en 29 lid 1 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
afstemmingsverordening: de verordening gebaseerd op artikel 8 lid 1 onder b van de Wwb en artikel 12 lid 1onder b WIJ.
PARAGRAAF 1
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Verordening bestrijding misbruik Wet werk en bijstand en Wet investeren in jongeren