**1..** Indien voor de belanghebbende die eigenaar is van een door hemzelf of zijn gezin bewoonde woon-wagen met bijbehorend erf of een bewoond woonschip onder een bepaald tonnage met bijbehorend erf, overeenkomstig het bepaalde in artikel 50, eerste lid van de Wet werk en bijstand recht op bijstand bestaat én die bijstand de vorm heeft van een geldlening, als bedoeld in artikel 50, tweede lid van de Wet werk en bijstand, wordt die verleend onder vestiging van een pandrecht.
**2..** Indien bijzondere bijstand wordt verleend, kunnen burgemeester en wethouders, wanneer wordt voldaan aan de in artikel 50, tweede lid van de Wet werk bijstand genoemde voorwaarden, deze bijstand verstrekken in de vorm van een geldlening onder vestiging van een pandrecht, tenzij de belanghebbende recht heeft op een uitkering als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de Wet inkomensvoorziening kunstenaars.
**3..** Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing op de zelfstandige.
**4..** Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen met betrekking tot de voorwaarden waaronder bijstand in de vorm van een geldlening onder vestiging van een pandrecht wordt verleend (zie bijgaand door burgemeester en wethouders vastgesteld Besluit krediethypotheek en pandrecht bijstand 2004).
Hoofdstuk 2
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van De verordening krediethypotheek en pandrecht bijstand 2004