**1..** Het is verboden om in een archeologisch monument, bedoeld in artikel
1, onder a, sub 2 of een archeologisch verwachtingsgebied, bedoeld
in artikel 1, onder h, de bodem te verstoren.
**2..** Het verbod in lid 1 is niet van toepassing indien;
het een verstoring betreft van een archeologisch monument of
archeologisch verwachtingsgebied als aangegeven op de
gemeentelijke Archeologische Beleidskaart, provinciale
Archeologische Monumentenkaart of de landelijke Indicatieve
Kaart van Archeologische Waarden, en waarbij die verstoring
plaatsvindt:
in een terrein van zeer hoge archeologische waarde:
provinciaal monument of in een gebied met een hoge
archeologische waarde (AWG categorie 2) en het een
ingreep betreft ondieper dan 35 cm -Mv;
in een terrein van hoge archeologische waarde: de
historische kernen (AWG categorie 3) en het een
ingreep betreft:
ondieper dan 35 cm -Mv, of
met een oppervlakte kleiner dan of gelijk aan
30 m2;
in de historische kernen (AWG categorie 3) en de
ingreep vind plaats in gebieden waar reeds
bodemverstoring heeft plaatsgevonden waardoor
archeologische resten aantoonbaar reeds volledig
zijn vernietigd;
in een terrein van hoge archeologische waarde:
historische bebouwing buiten kern Enkhuizen (AWG
categorie 4) en het een ingreep betreft:
ondieper dan 35 cm - Mv, of
met een appervlakte kleiner dan of gelijk aan
100 m2;
in een terrein van hoge archeologische waarde:
historische bebouwing buiten kern Enkhuizen (AWG
categorie 4) en de ingreep vind plaats in gebieden
waar reeds bodemverstoring heeft plaatsgevonden
waardoor archeologische resten aantoonbaar reeds
volledig zijn vernietigd;
in een gebied met een hoge archeologische
verwachting: de oude woongronden (AWV categorie 1)
en het een ingreep betreft:
ondieper dan 35 cm - Mv, of
met een oppervlakte kleiner dan of gelijk aan
50 m2;
in een gebied met een hoge archeologische
verwachting: bewoning uit de Middeleeuwen (AWV
categorie 2) en het een ingreep betreft:
ondieper dan 35 cm - Mv, of
met een oppervlakte kleiner dan of gelijk aan
500 m2;
in een gebied met een hoge en middelhoge
archeologische verwachting: de toppen en flanken van
de getij-inversieruggen (AWV categorie 3) en het een
ingreep betreft:
ondieper dan 35 cm - Mv, of
met een oppervlakte kleiner dan of gelijk aan
1000 m2;
in een gebied met een hoge en middelhoge
archeologische verwachting: de toppen en flanken van
getij-inversieruggen (AWV categorie 3) en de ingreep
vind plaats in gebieden waar reeds bodemverstoring
heeft plaatsgevonden waardoor archeologische resten
aantoonbaar volledig zijn vernietigd;
in een gebied met een lage archeologische
verwachting: de komgebieden (AWV categorie 4) en het
een ingreep betreft:
ondieper dan 35 cm - Mv, of
met een oppervlakte kleiner dan of gelijk aan
15.000 m2;
in een gebied met een onbekende archeologische
verwachting (AWV categorie 5) en het een ingreep
betreft:
ondieper dan 35 cm - Mv, of
met een oppervlakte kleiner of gelijk aan
10.000 m2.
in het geldend bestemmingsplan bepalingen zijn opgenomen
omtrent archeologische monumentenzorg.
sprake is van een activiteit als bedoeld in artikel 2.12,
eerste en tweede lid, van de Wet algemene bepalingen
omgevingsrecht en hierin voorschriften zijn opgenomen
omtrent archeologische monumentenzorg.
het college nadere regels stelt met betrekking tot de
uitvoering van werkzaamheden die leiden tot een verstoring
van een archeologisch monument of archeologisch
verwachtingsgebied als aangegeven op gemeentelijke
archeologische waardenkaart of de gemeentelijke
beleidsadvieskaart, dan wel bij het ontbreken daarvan,de
provinciale Archeologische Monumentenkaart of de landelijke
Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden;
een rapport is overgelegd waarin de archeologische waarde
van het te verstoren terrein naar het oordeel van het
bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld en waaruit
blijkt dat:
het behoud van de archeologische waarden in
voldoende mate kan worden geborgd; of
de archeologische waarden door de verstoring niet
onevenredig worden geschaad; of
in het geheel geen archeologische waarden aanwezig
zijn.
Hoofdstuk 5.
Artikel 16.
Instandhoudingbepaling
Onderdeel van Erfgoedverordening 2010 gemeente Enkhuizen