**1..** Het college kan, al dan niet op aanvraag, een monument aanwijzen als gemeentelijk monument.
**2..** Een aanvraag om aanwijzing vermeldt de kadastrale aanduiding en zakelijke gerechtigden en vermeldt het vermeende belang in deze van belanghebbende. Het verzoek gaat vergezeld van een omschrijving van de bijzondere historische waarden van de zaak, ook in relatie tot zijn omgeving, en relevante foto’s.
**3..** Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt het advies aan de Commissie Welstand en Monumenten.
**4..** Het besluit van het college bevat een omschrijving van de (cultuur-)historische waarden van de betreffende zaak.
**5..** Op de voorbereiding van een aanwijzingsbesluit is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, met dien verstande dat het college het ontwerpbesluit ter inzage legt na ontvangst van het advies, bedoeld in het derde lid.
**6..** De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aangewezen op grond van artikel 3 van Monumentenwet 1988 of op grond van artikel 3 van de Provinciale Monumentenverordening 1996.
**7..** Het college brengt de raad in kennis van het besluit over de aanwijzing van een gemeentelijk monument.
**8..** Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of aan artikel 3 van de Provinciale Monumentenverordening 1996 voor een zaak die de status van gemeentelijk monument reeds bezit, vervalt de aanwijzing als gemeentelijke monument en wordt hiervan in het register melding gemaakt en doorgehaald.
Hoofdstuk 2
Artikel 3
De aanwijzing als gemeentelijk monument
Onderdeel van Monumentenverordening Haarlem 2006