Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2

Artikel 7

Aanvraag om vergunning

Onderdeel van Monumentenverordening Hilversum 2001

1.. Een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 6, tweede lid, wordt ingediend bij het college van burgemeester en wethouders. 2.. Het college van burgemeester en wethouders vraagt advies aan de monumentencommissie voordat het beslist op de aanvraag. 3.. Het college van burgemeester en wethouders beslist binnen zes weken na de datum van ontvangst van het advies van de monumentencommissie, maar in ieder geval binnen twaalf weken na ontvangst van de aanvraag, op de aanvraag om vergunning. 4.. Het college van burgemeester en wethouders kan de in het derde lid genoemde termijn met ten hoogste tien weken verlengen, mits zij de aanvrager daarvan kennis geeft binnen de in het derde lid genoemde termijn van twaalf weken. 5.. Indien het college van burgemeester en wethouders niet voldoet aan het derde of vierde lid, wordt de vergunning geacht te zijn verleend. 6.. Een vergunning ingevolge dit hoofdstuk blijft buiten werking gedurende zes weken na de datum waarop zij is verleend of van rechtswege is verleend. Indien gedurende deze termijn bezwaar wordt gemaakt op grond van de Algemene wet bestuursrecht, blijft de vergunning buiten werking totdat op het bezwaar is beslist.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel