**1..** De toeslag bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm voor de jongere in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft;
**2..** De toeslag bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet bedraagt 15 procent van de gehuwdennorm voor de jongere die kamerbewoner is;
**3..** De toeslag bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm voor de jongere in overige situaties.
Hoofdstuk 2.
Artikel 3.
Toeslagen
Onderdeel van Toeslagen en verlagingen verordening wet investeren in jongeren