Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 13.

Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid in de periode voorafgaand aan de bijstandsaanvraag

Onderdeel van Verordening maatregelen Wet Werk en Bijstand 2005

1.. Indien een belanghebbende in de periode voorafgaand aan de bijstandsaanvraag een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft betoond als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de wet, wordt een maatregel opgelegd die wordt afgestemd op de periode dat de belanghebbende als gevolg van zijn gedraging eerder of langer recht heeft op bijstand. 2.. Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de maatregel vastgesteld op 10% van de bijstandsnorm gedurende een periode die overeenkomt met de in het eerste lid bedoelde periode. Artikel 14. Zeer ernstige misdragingen Indien een belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt tegenover het college of zijn ambtenaren, onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de wet, als bedoeld in artikel 18, tweede lid van de wet, wordt onverminderd artikel 2, tweede lid, een maatregel opgelegd tussen de 25% en 100% procent van de bijstandsnorm gedurende een maand. Hoofdstuk 5. Slotbepalingen Artikel 15. De inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2005. Artikel 16. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening maatregelen Lelystad 2005”. Lelystad, 26 mei 2005 De raad van de gemeente Lelystad, de griffier, de voorzitter,

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel