Aan de medewerker aan wie het verrichten van zwaar, onaangenaam of
gevaarlijke arbeid wordt opgedragen, wordt naar evenredigheid van
het aantal uren gedurende welke per kalenderjaar die arbeid is
verricht een bruto toelage toegekend.
Burgemeester en wethouders kunnen nader bepalen welke
arbeidsomstandigheden als zwaar, onaangenaam of gevaarlijk
aangemerkt moeten worden en in welke mate.
De in het eerste lid genoemde toelage bedraagt het verschil tussen
het bedrag van schaal 5 + 4 periodieken en schaal 5 + 3 periodieken
van de oude structuur, gedeeld door 2.