1. In alle gevallen waarin deze instructie niet voorziet, pleegt de griffier voor zover nodig overleg met de voorzitter van de raad.
2. Tot het van kracht worden van de “Aanpassingswet dualisering gemeentebestuur” wordt de “griffier” aangeduid als “plaatsvervangend secretaris”.
3. Deze instructie treedt in werking op de dag na de vaststelling.