Het is de standplaatshouder verboden:
zijn standplaats onbeheerd achter te laten;
op het marktterrein op een andere dan voor de markt bestemde tijd goederen of waren te koop aan te bieden, te verkopen of af te leveren;
meer ruimte in te nemen dan aan hem is toegewezen;
de opstal op zijn standplaats tijdens de markt af te breken of te verplaatsen;
de doorgang in de wandelgangen op en langs het marktterrein op enigerlei wijze te hinderen of te belemmeren;
zich aan de voorzijde van de standplaats op te houden bij het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen of waren;
op de standplaats andere goederen of waren in voorraad te hebben dan die, waarvoor vergunning is verleend;
op de markt afval aan te voeren. Onder afval wordt mede verstaan waren of goederen of partijen daarvan, die geheel of in belangrijke mate ongeschikt zijn om te verhandelen;
het is verboden op het marktterrein tijdens de duur van de markt met goederen of waren ten verkoop rond te lopen of te rijden.
Het is de standplaatshouder verboden zich op marktdagen met een voertuig op het marktterrein te bevinden of een voertuig op het marktterrein aanwezig te hebben.
Dit verbod geldt niet voor het laden en lossen van de goederen en waren gedurende drie uren voor aanvang en anderhalf uur na sluitingstijd van de markt.
Dit verbod geldt tevens niet voor voertuigen die, met schriftelijke toestemming van het college, door standplaatshouders worden gebruikt voor de verkoop van goederen en waren.
Het college kan in de nabijheid van het marktterrein plaatsen aanwijzen waar voertuigen, waarmee de goederen en waren worden aan- en afgevoerd, tijdens de markturen dienen te worden opgesteld.
Het college kan van het in het eerste en tweede lid onder a en b vermelde verbod ontheffing verlenen.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.13
- Verboden handelingen
Onderdeel van Marktverordening gemeente Veendam 2004