Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 februari 2010.
Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Laarbeek van 14 januari 2010.
De raad voornoemd,
de griffier, de voorzitter,
M.H.C.M. van der Aa P.H.M. Jacobs-Aarts
Algemene toelichting
1.Aanpassing van het tot artikel 16 vernummerde artikel 15 “Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid”
In de Maatregelenverordening Wet werk en bijstand gemeente Laarbeek is nu in artikel 9 opgenomen dat gedragingen van belanghebbenden waardoor de verplichting op grond van artikel 9 WWB niet of onvoldoende worden nagekomen, worden onderscheiden in een 3-tal categorieën.
(In artikel 9 WWB zijn opgenomen de bepalingen omtrent de plicht tot arbeidsinschaling. Deze bestaat uit twee onderdelen:
De arbeidsplicht: de plicht om naar vermogen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen en te aanvaarden;
De re-integratieplicht: de plicht gebruik te maken van een door het college aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling, alsmede de plicht om mee te werken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling.)
In de derde categorie van artikel 9 van de Maatregelenverordening is onder sub f de gedraging opgenomen “het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid”.
Artikel 9 lid 1 onderdeel a WWB verwijst echter alleen naar “naar vermogen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen en deze te aanvaarden” en verwijst dus niet naar de plicht tot het behouden van algemeen geaccepteerde arbeid.
Inmiddels zijn er diverse uitspraken van rechtbanken (o.m. Maastricht LJN: BF 1062, Den Haag LJN: BC 4720 en Alkmaar 05-03-2009 nr.08/446 WWB) die aangeven dat een dergelijk gestelde in de verordening in strijd is met de wet omdat de gedraging van het niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid niet valt onder de in artikel 9 WWB opgenomen plicht tot arbeidsinschakeling.
Ook uit de wetsgeschiedenis volgt niet dat wel beoogd is deze plicht onder de arbeidsinschakelende verplichtingen te laten vallen.
De maatregel voor deze gedraging zou dan opgelegd moeten worden wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid.
Dit houdt dan in dat de Laarbeekse Maatregelenverordening gewijzigd moet worden in die zin dat dan deze gedraging vervalt bij artikel 9 “Indeling in categorieën” en toegevoegd moet worden aan het tot artikel 16 vernummerde artikel 15 “Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid”.
2.Het in de verordening opnemen van de mogelijkheid van een waarschuwing
Onder de Abw bestond de mogelijkheid om aan een belanghebbende een waarschuwing af te geven.
In de huidige Maatregelenverordening onder de WWB is deze mogelijkheid sinds 2004 niet meer opgenomen.
In de praktijk staat er behoefte om bij “lichte” overtredingen de mogelijkheid te hebben om eerst een waarschuwing te kunnen geven alvorens er overgegaan wordt tot verlaging van de bijstand.
Voorgesteld wordt nu deze mogelijkheid op te nemen bij:
het geven van een waarschuwing ten aanzien van het zich niet tijdig registreren als werkzoekende bij het UWV WERKbedrijf of het niet tijdig laten verlengen van de registratie;
het geven van een waarschuwing ten aanzien van het niet binnen de door het college daartoe gestelde termijn nakomen van de verplichting op grond van artikel 17 lid 1 WWB van het verstrekken van informatie die van belang is voor de verlening van bijstand of de voortzetting daarvan;
het geven van een waarschuwing indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht op grond van artikel 17 lid 1 WWB niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van bijstand (de zgn. nulfraude).
Het opnemen van één recidivebepaling in de verordening
In de Maatregelenverordening staan de recidivebepalingen nu opgenomen bij een drietal afzonderlijke gedragingen.
Voorgesteld wordt om de recidivebepalingen te bundelen in één algemene recidivebepaling.
Dit betekent dat de recidivebepalingen nu opgenomen in het tweede lid van artikel 10 “De hoogte en duur van de maatregel”, in het tweede lid van het tot artikel 12 vernummerde artikel 11 “Te laat verstrekken van gegevens” en in het derde lid van het tot artikel 13 vernummerde artikel 12 “Verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen met gevolgen voor de bijstand” komen te vervallen.
De algemene recidivebepaling kan worden opgenomen in het huidige artikel 8 “Samenloop van gedragingen”, waarbij dan de titel gewijzigd wordt in “Recidive en cumulatie”.
De huidige inhoud van artikel 8 wordt opgenomen in een lid 2.
4.Herleven maatregel
Indien de belanghebbende jegens wie een verlaging moet worden toegepast niet langer een WWB-uitkering ontvangt, dan heeft het college de bevoegdheid om bij een eventuele nieuwe aanvraag om bijstand alsnog rekening te houden met de eerdere verlagingswaardige gedraging (zie TK 2002-2003, 28 870, nr. 3, p. 25).
Voorwaarde hiervoor is wel dat de Maatregelenverordening hierin voorziet.
Op dit moment voorziet de Maatregelenverordening Wet werk en bijstand gemeente Laarbeek alleen in het tot artikel 13 vernummerde artikel 12 bij het verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen met gevolgen voor de bijstand (inlichtingenfraude) in de mogelijkheid om de maatregel op te leggen over het toekomstige recht op bijstand.
Wanneer er een maatregel wordt opgelegd in verband met de schending van de arbeidsverplichtingen en de WWB-uitkering wordt voortijdig beëindigd (d.w.z. voordat de maatregel (geheel) kan worden uitgevoerd), heeft de huidige Maatregelenverordening geen grondslag voor het doen herleven, alsnog (verder) uitvoeren, van de maatregel bij een nieuw recht op uitkering.
Jurisprudentie (Rechtbank Arnhem 05-03-2009, nr. AWB 08/3990) heeft uitgesproken dat een aan belanghebbende eerder opgelegde maatregel niet in de weg staat om bij een nieuwe toekenning van bijstand deze alsnog te effectueren.
Voorgesteld wordt om deze mogelijkheid in de Maatregelenverordening op te nemen.
Deze mogelijkheid kan opgenomen worden middels toevoeging van een extra lid aan artikel 7 “Ingangsdatum en tijdvak”.
Omdat deze nieuwe mogelijkheid in artikel 7 van de Maatregelenverordening voor het doen herleven van de maatregel gebonden is aan een periode van een jaar (om reden dat een maatregel en het niet nakomen van de aan het recht op uitkering verbonden verplichtingen tegenover elkaar dienen te staan, waarbij een termijn van 12 maanden een redelijke termijn wordt geacht) behalve bij de schending van de inlichtingenplicht als gevolg waarvan ten onrechte bijstand is verleend, waarbij een periode van vijf jaren geldt alvorens een dergelijke maatregel niet meer kan worden opgelegd, dient nu ook het vernummerde vierde lid van het tot artikel 13 vernummerde artikel 12 van de Maatregelenverordening ‘Verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen met gevolgen voor de bijstand’ aangepast te worden.
5.Verhoging aangiftegrens
Per 1 januari 2009 is de nieuwe Aanwijzing Sociale Zekerheidsfraude van kracht (Stcrt. 2008, 249, p. 5). De belangrijkste wijziging ten opzichte van de vorige Aanwijzing uit 2004 is dat de zogenaamde aangiftegrens van € 6.000,-- wordt opgetrokken naar
€ 10.000,--.
Indien er gefraudeerd is met een uitkering en het benadelingsbedrag komt niet boven de € 10.000,-- uit, dient het college zelf een sanctie op te leggen. Bij fraudebedragen boven dit bedrag, moet het college aangifte doen bij het Openbaar Ministerie (OM).
Dit betekent dat in de toelichting op het tot artikel 15 vernummerde artikel 14 “Overige bepalingen schending inlichtingenplicht” (de eerste alinea van het eerste lid) het daar genoemde bedrag van € 6.000,-- veranderd gaat worden in € 10.000,--.
Deze eerste alinea komt dan als volgt te luiden:
“In principe dient er bij fraude vanaf € 10.000,-- (brutobedrag inclusief de af te dragen of afgedragen loonheffing en premies) aangifte gedaan te worden bij het Openbaar Ministerie (OM) en dient er een proces-verbaal opgemaakt te worden. Als het OM een zaak in termen van strafrechtelijke bewijsbaarheid niet accepteert, bijvoorbeeld omdat er vormfouten zijn gemaakt, of dit nadeel becijfert op minder dan € 10.000,--, wordt de gemeente geïnformeerd en zal er alsnog een maatregel opgelegd dienen te worden.”
In verband met bovenstaande onderdelen (m.u.v. onderdeel 5) is de onderhavige wijziging van de Maatregelenverordening Wet werk en bijstand gemeente Laarbeek noodzakelijk.
Hoofdstuk 9:
Artikel 24:
Inwerkingtreding
Onderdeel van Maatregelenverordening wet werk en bijstand gemeente Laarbeek 2010