Naar hoofdinhoud

Afdeling 2

Artikel 7

Intrekken, wijzigen of vervallen van de aansluitvergunning

Onderdeel van Gemeentelijke Aansluitverordening Riolering

1.. De vergunning kan door burgemeester en wethouders worden ingetrokken of gewijzigd, indien: ter verkrijging van onjuiste en/of onvolledige gegevens zijn verstrekt, danwel blijkt dat het gebruik van de aansluiting door rechthebbende niet overeenkomstig de bij de aansluitvergunning verstrekte gegevens is; na het verlenen van de vergunning, op grond van een wijziging van de omstandigheden of inzichten, door de gemeente worden aangenomen dat een intrekking of wijziging noodzakelijk is geworden voor de bescherming van de kwaliteit van het rioolslib, van de riolering, en de goede werking daarvan; de bepalingen van deze verordening en/of de aan de vergunning verbonden nadere voorwaarden niet zijn of worden nagekomen; rechthebbende dit verzoekt. 2.. Indien de rechthebbende binnen één jaar na het verlenen van de in de vergunning bepaalde voorzieningen en/of maatregelen, waarop de aansluitvergunning betrekking heeft, niet heeft gerealiseerd, vervalt de vergunning van rechtswege. 3.. De beschikking tot intrekking van de aansluitvergunning is met redenen omkleed. Zij wordt niet genomen, voordat de rechthebbende in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze schriftelijk kenbaar te maken binnen 4 weken na dagtekening dat de gemeente een aanschrijving zal hebben gedaan tot naleving van de bepalingen in de aansluitvergunning.

Rechtspraak bij dit artikel