Het hoofd van de beheerseenheid zorgt voor het in een zo
vroeg mogelijk stadium selecteren van documenten voor
bewaring en vernietiging overeenkomstig de daarvoor bij en
krachtens de wet gegeven voorschriften.
Ingeval van selectie voor vernietiging worden de documenten
voorzien van een kenmerk, dat de bewaartermijn
aangeeft.
Van deze bewaartermijn wordt tevens aantekening gehouden in
de in artikel 12 bedoelde inventaris.