Medewerkers die een mandaat, een volmacht dan wel een machtiging toegewezen hebben gekregen, zijn bevoegd om ten behoeve van andere medewerkers binnen hun afdeling een submandaat, een subvolmacht, dan wel een submachtiging te verlenen. Hierbij kunnen zij voorwaarden ten behoeve van de verlening aangeven. In eerste instantie wordt hier een verdere verlening aan de teamleiders bedoeld. Slechts indien hier gegronde redenen voor aangegeven worden kan ook aan een medewerker een ondermandaat, een subvolmacht dan wel een submachtiging verleend worden.
De verlening geschiedt schriftelijk door vermelding van de medewerker in de kolom met de kop “bevoegdheid verder aan” van het bij dit besluit behorende schema en zij wordt ter goedkeuring aan burgemeester en wethouders dan wel de burgemeester voorgelegd.
Ingeval van uitoefening van ondermandaat, subvolmacht en submachtiging, als bedoeld in het eerste lid, worden uitgaande stukken overeenkomstig het bepaalde in artikel 4 ondertekend, met dien verstande dat de naam, de functieaanduiding en de handtekening van de gemachtigde medewerker in de plaats van de naam, de functieaanduiding en de handtekening van de eerst gemandateerde, gevolmachtigde of gemachtigde worden geplaatst.
Artikel 5
(Ondermandaat, subvolmacht en submachtiging)
Onderdeel van Besluit mandaat, volmacht, machtiging en aanwijzing Venlo 2010