Verstrekking als persoonsgebonden budget vindt niet plaats indien:
op grond van aanwijzingen, die tijdens het onderzoek zijn
verkregen, het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager
problemen zal hebben bij het omgaan met een persoonsgebonden
budget;
de aanvrager eerder een persoonsgebonden budget is verleend op
grond van de WMO-verordening en de aanvrager zich niet gehouden
heeft aan de bij de verlening van dat eerdere persoonsgebonden
budget opgelegde verplichtingen;
de voorzienbare duur van de noodzakelijkheid van de voorziening
korter is dan de normale afschrijvingstermijn van de
geïndiceerde voorziening;
er sprake is van bezwaren van overwegende aard.
Hoofdstuk
Artikel 1.3.
Weigeringsgronden persoonsgebonden budget
Onderdeel van Besluit nadere regels Wet Maatschappelijke Ondersteuning Venlo