Onverminderd de intrekkingsgronden genoemd in artikel 36 van de Verordening voorzieningen maatschappelijke
ondersteuning wordt de beschikking, waarbij het
persoonsgebonden budget is toegekend, geheel of gedeeltelijk
ingetrokken:
met ingang van de 14e dag gelegen ná de dag waarop de
budgethouder overlijdt;
met ingang van de dag waarop de budgethouder langer dan 2
maanden aaneengesloten verblijft in een instelling als bedoeld
in de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten of de Zorgverzekeringswet;
met ingang van de dag waarop de budgethouder schriftelijk heeft
aangegeven geen prijs meer te stellen op het budget.
Hoofdstuk
Artikel 3.8.
Bijzondere intrekkingsgronden
Onderdeel van Besluit nadere regels Wet Maatschappelijke Ondersteuning Venlo