De hoogte van een door burgemeester en wethouders te verlenen
financiële tegemoetkoming voor vervoersvoorzieningen als bedoeld
in artikel 25, lid 1, ad d., sub 2 tot en met 4 van
de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning is
een forfaitaire (of gemaximeerde) vergoeding. Voor de
vaststelling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van
de volgende normbedragen:
voor een tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van
een collectief systeem van aanvullend al dan niet
openbaar vervoer wordt geen vergoeding verstrekt;
voor de tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van
een eigen auto, bruikleen-, huur- of lease-auto of taxi
geldt een normbedrag van € 1.032,41 per jaar, indien de
gehandicapte niet tevens de beschikking heeft over een
vervoersvoorziening in natura;
voor de tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van
een eigen auto, bruikleen-, huur- of lease-auto of taxi
geldt een normbedrag van € 516,33 per jaar, indien de
gehandicapte tevens de beschikking heeft over een
vervoersvoorziening in natura;
voor een tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van
een rolstoeltaxi geldt een normbedrag van € 1.551,93 per
jaar, indien de gehandicapte niet tevens de beschikking
heeft over een vervoersvoorziening in natura;
voor een tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van
een rolstoeltaxi geldt een normbedrag van € 775,84 per
jaar, indien de gehandicapte tevens de beschikking heeft
over een vervoersvoorziening in natura.
Indien beide echtgenoten in aanmerking komen voor een financiële
tegemoetkoming in de kosten van vervoersvoorzieningen als
bedoeld in artikel 25, lid 1, ad d., sub 2 tot en met 4 van
de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning,
bedraagt de hoogte van de financiële tegemoetkoming per persoon
maximaal 75% het normbedrag als bedoeld in lid 1.
Hoofdstuk
Artikel 5.1.
Hoogte financiële tegemoetkoming
Onderdeel van Besluit nadere regels Wet Maatschappelijke Ondersteuning Venlo