De inkomensgrens als bedoeld in artikel 27, lid 2, van de Verordening, bedraagt per jaar:
1.
voor alleenstaanden jonger dan 65 jaar
€
16.317,90
2.
voor alleenstaanden die 65 jaar of ouder zijn
€
17.903,52
3.
voor alleenstaande ouders jonger dan 65 jaar
€
20.980,08
4.
voor alleenstaande ouders die 65 jaar of ouder zijn
€
22.546,08
5.
voor gehuwden, beiden jonger dan 65 jaar
€
23.311,26
6.
voor gehuwden, waarvan een van de partners 65 jaar of ouder is
€
24.624,18
7.
voor gehuwden, beiden 65 jaar of ouder
€
24.624,18
8.
voor gehuwden in een inrichting
€
9.513,54
9.
voor alleenstaande in een inrichting
€
5.964,66
10.
voor een alleenstaande ouder in een inrichting
€
5.964,66
Hoofdstuk
Artikel 5.4.
Inkomensgrens vervoersvoorzieningen
Onderdeel van Besluit nadere regels Wet Maatschappelijke Ondersteuning Venlo (2010)