De inkomensgrens als bedoeld in artikel 27, lid 2, van de Verordening, bedraagt per jaar:
1.
voor alleenstaanden jonger dan 65 jaar
€ 16.367,94
2.
voor alleenstaanden die 65 jaar of ouder zijn
€ 17.985,06
3.
voor alleenstaande ouders jonger dan 65 jaar
€ 21.044,52
4.
voor alleenstaande ouders die 65 jaar of ouder zijn
€ 22.598,46
5.
voor gehuwden, beiden jonger dan 65 jaar
€ 23.382,72
6.
voor gehuwden, waarvan een van de partners 65 jaar of ouder is
€ 24.737,76
7.
voor gehuwden, beiden 65 jaar of ouder
€ 24.737,76
8.
voor gehuwden in een inrichting
€ 9.556,56
9.
voor alleenstaande in een inrichting
€ 5.998,68
10.
voor een alleenstaande ouder in een inrichting
€ 5.998,68
Hoofdstuk
Artikel 5.4.
Inkomensgrens vervoersvoorzieningen
Onderdeel van Besluit nadere regels Wet Maatschappelijke Ondersteuning Venlo (2010)