Verstrekking als persoonsgebonden budget vindt niet plaats indien:
op grond van aanwijzingen, die tijdens het onderzoek zijn verkregen, het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met een persoonsgebonden budget, tenzij de belanghebbende de beschikking heeft over een goed netwerk dat zorg draagt voor het beheer;
de aanvrager eerder een persoonsgebonden budget is verleend op grond van de Verordening en de aanvrager zich niet gehouden heeft aan de bij de verlening van dat eerdere persoonsgebonden budget opgelegde verplichtingen;
de voorzienbare duur van de noodzakelijkheid van de voorziening korter is dan de normale afschrijvingstermijn van de geïndiceerde voorziening;
er sprake is van bezwaren van overwegende aard.
Hoofdstuk
Artikel 1.3.
Weigeringsgronden persoonsgebonden budget
Onderdeel van Besluit nadere regels Wet Maatschappelijke Ondersteuning Venlo (2010)